Home

nieuw 2008

Reizen

Kerken-kloosters

Natuur

Planten

Fotocursus

contact

Over mijzelf

--nieuw 2009

-Griekenland-Lefkada     -Oregon

-algemeen

-Landschappen

-algemeen

1. camera's en objectieven

-foto's bestellen

-nieuw 2010

-nieuw 2011

-Indian Summer     -Spitsbergen

-Duitsland

-Rhododendrons

2. camera instellingen

-nieuw 2012

-nieuw 2013

-Rocky Mountains, Canada

-Spanje

-alpenflora Berner Oberland

3. belichting     4. diafragma

nieuw 2014

     -Zuid-Tirol Dolomieten     -Tenerife

5. scherpstellen     6. scherptediepte

-Spanje-Madrid    -Spanje  

 

hier het programmawieltje van de Panasonic G1

huismanfoto
Fototechniek

camera-instellingen\programmakeuze

en hier het programmawieltje van de Sony HX1

        Veel beginnende fotografen hebben een soort 'schroom' om een camera te bedienen. Al die knopjes of de menukeuzes schrikken hen af. Alsof je iets doms zou kunnen doen, waardoor de camera kapot gaat, of dat je de gekste foto's zou kunnen maken. Als troost geldt, dat je altijd weer terug kunt naar de zogenaamde 'fabrieksinstellingen'. Maar wat moet je dàn doen? Nou - deze bladzijde lezen en zeker ook je instructieboekje. Die moeite moet je toch doen, tenzij je iemand nadoet, die zonder bestudering van zijn camera pas na een jaar erachter kwam, dat de camera 10 x zoom had. Altijd maar in de groothoekstand fotograferen...... jammer!!


bij de professionele camera zoals de Canon D5 Mark II geen programmawiel maar knoppen voor de bediening - met display bovenop.             Nu  maken veel camerafabrikanten het de beginnende fotograaf  met moderne compactcamera's erg makkelijk. Bij de bovenste 2 foto's zie je bij het programmawieltje de keuze iA. Dat wil zeggen 'intelligente automaat'. Dan kiest de camera zelf met welke instelling zij de foto maakt. Dit is zeg maar, de 'luie' instelling. (iA voor ezels...). Maar, ik kan U zeggen, dat ik zelf daar ook veelvuldig gebruik van maak, en met goede foto's als resultaat. De professionele fotograaf gruwt daarvan. Hij\zij kent eigenlijk maar 3 standen, de A, de S en de M-stand. Wie creatief en deskundig fotograferen wil, maakt zijn eigen keus en laat niets aan het 'toeval' over. Hij\zij weet, hoe je de camera instelt, b.v. bij een sneeuwlandschap. Dan moet je iets overbelichten ('plussen') en dat doe je door de ± knop in te drukken en met het instelwieltje (voorop of achterop, zie foto NikonD300 rechts) te 'plussen' of te 'minnen'. Professionele camera's hebben meerdere instelwieltjes voor allerlei functies. hier de Nikon D300 mset display bovenop en de mode-toets. Die druk je in en maak met een wieltje voorop de keuze tussen de verschillende instellingen.

Compactcamera's voorkeuze

De allereenvoudigste en goedkoopste compactcamera's hebben doorgaans geen programmawieltje, maar moet je de weinige dingen, die je kunt instellen meest via het menu regelen. Nu kun je natuurlijk op een kleine camera weinig bedienknoppen of wieltjes kwijt, maar sommige fabrikanten kunnen toch heel wat!! Links de nieuwe Fujifilm X100, die lijkt op de oude systeemcameraatjes. Zonder programmawieltje, maar wel met wieltje om de sluitertijden in te stellen. Da's toch nog wat. En zelfs een keuzewieltje om onder- of -over te belichten. 

Deze Panasonic DMC-TZ10

is meer dan een simpele compactcamera. Zij (het woord camera is vrouwelijk....) heeft wel een programmawiel en staat nu op de iA-stand, die alles regelt, ook de scènekeuzes, zoals macro of portret etc. Maar je kunt ook de P-stand instellen, die veel automatisch regelt. Maar ook, wat de professionele camera's hebben, de A-stand, de S-stand en de M-stand. Kijk - dat is pas goed. Nu kun je zelf de belangrijkste zaken instellen. 
De A-stand gebruik je als uitgangspunt om het diafragma in te stellen. A=aperture=diafragma=hoe groot de lensopening is. De camera stelt hierbij automatisch de sluitertijd in. Bij een grotere opening sneller, bij een kleine opening langzamer.
De S-stand (bij sommige camera's de Tv-stand) gebruik je om de tijd of snelheid in te stellen. S=speed, Tv=time value. De camera stelt automatisch het juiste diafragma, de lensopening in. Hoe sneller de tijd, hoe groter de opening.
De M-stand, van manueel, dus met de hand, gebruik je als je de sluitertijd en het diafragma zelf wilt instellen. Nu heb je alles in eigen hand. Je kunt nu dus ook welbewust over- en onderbelichten. Dat geeft de camera wel aan.

Diafragma-prioriteit - A-stand

Bij de A-stand stel je het diafragma in, die geef je dus voorrang, prioriteit oftewel voorkeuze. Zoals hier bij mijn Nikon D300. Met mijn wijsvinger druk ik de mode-knop in. Met mijn duim regel ik met het keuzewieltje het diafragma, dus hoe groot de lensopening is. (dit wieltje is op de foto nauwelijks te zien, want onder mijn duim....). De meeste professionele fotografen gebruiken deze diafragma-stand. De sluitertijd wordt automatisch door de camera geregeld\aangepast. Het display bovenop laat nu al de snelheid (drietiende seconde) en het diafragma (F4.5) zien. Dat geeft al aan, dat het hier in mijn kamer nogal donker is. 
Waarom met het diafragma beginnen? Wel, omdat dat de scherptediepte bepaalt. Dus wat er voor en achter het scherpstelpunt nog scherp wordt afgebeeld. Bij een portret is de stand 4.5 of 5.6 ideaal om de persoon scherp en de achtergrond wazig af te beelden! Dan heb je - vooral buiten-  veel licht en kun je een snelle tijd maken. Ideaal bij portretfotografie. Of in de dierentuin...

Sluitertijd-voorkeuze - S-stand

Met deze snelheidprioriteit, de S-stand stelt de fotograaf de sluitersnelheid in. Daar beginnen we mee. De camera past het diafragma automatisch aan. Da's knap, hé!! Natuurlijk wordt deze voorkeuze het meest door sportfotografen gebruikt, want dan is snelheid factor nummer één! Het mooist is dan wel, als er veel licht is. Dan kun je een echt snelle tijd van b.v. 1\2000 seconde halen. Of nog sneller. En een lichtsterke lens is dan ook nodig. U kent ze wel, met zo'n grote 'toeter' van een telelens!! Staat ook lekker stoer!! 
Bij minder licht wordt het wel een probleem. Als de grootste lensopening F2.8 is, dus nogal groot, maar er is weinig licht, dan kan je b.v. maar een snelheid van 1\100 seconde halen, en dat is voor snelle actieopnamen te langzaam.... of je verhoogt de lichtgevoeligheid van de sensor tot ISO 800 of 1600. Dan krijg je wel meer ruis, spikkels en vlekjes op de foto. 
Ja, je kunt niet alles hebben in dit aardse leven..................

Handmatige M-stand

Bij deze stand kun je beide zaken instellen, het diafragma en de sluitersnelheid. Nu regelt de camera verder niets. Je moet het nu zelf doen. De camera geeft alleen aan, dat bij een bepaalde opening en sluitersnelheid onder- of overbelicht wordt. Zoals hier bij mijn Nikon D300. Bij nogal weinig licht is de sluitersnelheid 1\125 seconde en het diafragma F4.5. Dat is dus veel te snel!! Het display geeft dit ook goed aan. Het lijkt wel een schroef aan de rechterkant. Veel te donker dus. Als ik nu de lensopening vergroot naar F2.8, dan wordt waarschijnlijk de snelheid beter, maar ik vermoed, dat ik ook de snelheid verlagen moet. Ik denk, dat het juiste evenwicht bereikt wordt met snelheid 1\20 seconde en het difragma op 2.8. En op statief een niet bewegend object fotograferen is dan goed mogelijk. Wellicht de ISO verhogen tot 400 is ook een optie.
Eigenlijk kun je net zo goed op de A-stand fotograferen en met de ±-knop over- of onderbelichten. Mijn voorkeur!!

Voorkeuzewieltje

Dit keuzewieltje wordt nogal verschillend genoemd. Hier bij deze Panasonic G1 heet het 'instelknop'. Bij de Sony HX1 wordt het 'modusknop' genoemd. Kijk dus goed in het begin van de handleiding van Uw camera hoe het heet. De symbolen van deze instelknop zijn duidelijk - portret, landschap, sportopnamen, macro voor b.v. bloemen of insecten, voor nachtopname met portret en diverse scenes, zoals sneeuw edg. Als U de SCN-stand kiest voor verschillende scenes, kunt U via het menu de diverse mogelijkheden instellen. Als U een bepaalde instelling veel gebruikt, kunt U die als 'custom'-instelling vastleggen en later weer daarop instellen. U ziet hier nog meer mogelijkheden. Een rechthoekje betekent een enkele opname. In serie-rechthoekjes betekent meerdere opnamen achter elkaar, enz. Met het klokje kunt U een uitgestelde opname maken, via het menu in te stellen op 2 seconden of 10 seconden.Met de Q-menu (quick-menu) kunt U snel bepaalde instellingen kiezen. Heel vaak spreken deze symbolen voor zichzelf. 

Instelknop-regelwieltje-regeltoets-multiselector-noggel 

Het gaat hierbij om het menu, waarmee je veel instellingen van de camera kiest. Bij ieder ander cameramerk heet dit weer anders. Hier het voorbeeld van links de Sony HX1 en rechts de Nikon D300. Bij de Sony is een apart knopje om het menu te selecteren en dan zie je op de monitor een waslijst van mogelijkheden. Soms kun je die mogelijkheden ook via de modusknop\voorkeuzewiel selecteren. Wat je maar het makkelijkst vindt. Dit is te gecompliceerd om hier ook nog te behandelen. Hiervoor moet je echt het instructieboekje lezen!! Doen!! En later nog eens lezen, en later nog eens.... Wellicht maak ik hiervoor nog een aparte bladzijde.
Bij de Sony heb je ook nog de mogelijkheid om buiten het menu om 4 keuzes te maken. Kijk maar. Druk op 'disp' om de schermweergave te veranderen. Op het bloempje voor macro-opnamen. Op het bliksempje voor de flitsstanden. Op het tijdsklokje voor 2 of 10 seconden tijdsvertraging\zelfontspanner. Toch handig!
Bij de Nikon D300 is ergens een knop om het menu te kiezen - en hier zie je de multiselector, zoals Nikon die noemt. Steeds kun je met de pijltjes  boven\beneden\links\rechts een keuze maken. Dat wijst zich zelf. Die keuze leg je doorgaans vast door op het midden van het wieltje te drukken. Echt ingewikkeld is dit niet. Ingewikkeld is vaak wel wat je kiezen moet en waarop die keuze gebaseerd is. Dat weet de echte fotograaf wel - die heeft mijn hulp niet zo nodig. Voor de semi-prof of amateur geldt, dat je toch echt de handleiding moet bestuderen. Mijn Nikon heeft er een van ruim 400 bladzijden...............Dat is een hele studie.

copyright © 2007-2017 Tijs Huisman | alle rechten voorbehouden, inclusief  foto's!!