Home

nieuw 2008

Reizen

Kerken-kloosters

Natuur

Planten

Fotocursus

contact

Over mijzelf

--nieuw 2009

-Griekenland-Lefkada     -Oregon

-algemeen

-Landschappen

-algemeen

1. camera's en objectieven

-foto's bestellen

-nieuw 2010

-nieuw 2011

-Indian Summer     -Spitsbergen

-Duitsland

-Rhododendrons

2. camera instellingen

-nieuw 2012

-nieuw 2013

-Rocky Mountains, Canada

-Spanje

-alpenflora Berner Oberland

3. belichting     4. diafragma

nieuw 2014

     -Zuid-Tirol Dolomieten     -Tenerife

5. scherpstellen     6. scherptediepte

-Spanje-Madrid    -Spanje  

 

op het bovenste display van mijn Nikon D300 zie je de sluitertijd 1\125e seconde met dafragma  F5.6

huismanfoto
Fototechniek

diafragma

hier een bonte merel tegen een achtergrond van een muur. Sluitertijd 1\1600 seconde - diafragma 6.3, dus nogal groot. Dus nogal geringe scherptediepte.  Ook bij portretten.

wat een enorme scherptediepte - bij een heel klein diafragma van 22 en een sluitertijd van 1\60 seconde.  Zelfs de bomen op de achtergrond zijn nog goed te onderscheiden!

 Het woord 'diafragma' klinkt heel ingewikkeld, maar het betekent heel simpel hoe groot de lensopening is. Kijkt U maar eens naar de rij fotootjes die die openingen - verderop onderaan - laten zien. Nu is het toch ook heel eenvoudig te begrijpen, dat een grote opening meer licht doorlaat dan een kleine. En ook omgekeerd. Dat heeft echter nogal grote gevolgen. Bij een groot diafragma kan er zoveel licht door de lens komen, dat een foto totaal overbelicht is. Dus moeten we de (sluiter)tijd sneller maken. Nu kunnen moderne camera's zoveel, dat die dit automatisch regelen. Tenzij U dit alles zelf in de hand wilt houden en de sluitertijd čn het diafragma zelf kiest. Ook dan geeft de camera aan, of de foto over- of onderbelicht zal worden. Zie ook de pagina 'belichting'.
U moet leren 'spelen' met de belichting, het diafragma en de sluitertijd. Dan kunt U creatief fotograferen en 'eigen' resultaten bereiken.

Een goed gemiddelde is doorgaans diafragma F8. Met hier 1\800 seconde bij ISO 400.  Dan levert het objectief doorgaans de beste beeldkwaliteit!

hier een boottocht langs de Costa Brava met F4.5 en 1\1000 seconde, zodat de golfslag nog scherp is. Dat is echter dan een lange sluitertijd.             Een camera laat gedurende een bepaalde tijd door de lensopening van het objectief licht vallen, dat op de sensor (vroeger de negatief- of diafilm) valt. De camera zet dit licht om in elektronische signalen, die uiteindelijk tot een beeld\foto leiden, die op een kaartje wordt opgeslagen. 
Daarbij is duidelijk, en dit is een zeer belangrijp uitgangspunt, dat hoe groter de opening is, des te meer licht er op de sensor valt. Dus ook omgekeerd, dat bij een kleinere lensopening er minder licht is. Dit lijkt overdreven logisch, maar verkijkt U zich hier niet op. Wie de consequenties hiervan begrijpt, kan als het ware "met de camera meedenken". Kruip in de "huid van de camera", b.v. bij fel tegenlicht houden wij de hand voor de ogen om beter te kunnen zien. Zo ook een lenskap op de lens!!
Die consequenties zijn als volgt:
A. Bij een grote hoeveelheid licht moet de tijd kort zijn, anders wordt de foto overbelicht en ziet U niets. Of U stelt een klein diafragma in.
B. Bij weinig licht moet de tijd langer zijn, anders wordt de foto onderbelicht en ziet U ook niets dan wat donkere schimmen. Of U stelt een groter diafragma in.
Het crypt van de kloosterkerk Sant Pere de Rodes. Dus nogal donker, dus groot diafragma F2.8 en langzame tijd 1\6 seconde. Dankzij lensstabisisatie nog scherp!  Sony HX1.
Principe A. Veel licht - korte tijd. Hoeveel licht er door het objectief en de lenzen valt kun je bepalen door het diafragma te veranderen. Een aantal lamellen overlappen elkaar en maken een opening, die klein of groot gemaakt kan worden. Hoe groter het diafragmagetal, hoe kleiner de opening. Zie 2e foto links. Veel objectieven gaan van 4 tot 22 of nog lager of hoger. Bij diafragma 22 is de opening klein, bij 4 groot. Dit heeft grote gevolgen voor de scherptediepte, dat wil zeggen, hoever voor en achter het scherpstelpunt het onderwerp nog scherp wordt afgebeeld. Bij een kleine opening, dus b.v. diafragma 22 is de scherptediepte heel groot, dus voorgrond en achtergrond zijn scherp. Maar de sluitertijd moet dan lang zijn om voldoende licht te hebben - en dat levert bij bewegende onderwerpen een probleem op. Ook als je zelf de camera beweegt of je handen niet stil houdt - dus is een statief onontbeerlijk! En een lens met stabilisator heel zinvol!!
Kijkt U maar eens naar de foto rechtsboven (klik voor vergroting). Nogal grote opening (diafragma) en 1\1600 seconde. Dus geringe scherptediepte. Alleen de beukenbladeren en de bonte (!) merel zijn scherp!
Principe B. Zoals links al staat aangegeven is dit het omgekeerde van principe A. Weinig licht geeft problemen als je ook nog een snelle tijd wil maken, b.v. bij sportopnamen of mij plantenopnamen als het waait. Dan moet dus de opening groot zijn, dus diafragma 4 of nog kleiner om genoeg licht te krijgen, maar dan is de scherptediepte gering, dus vlak voor en na het scherpstelpunt is het onderwerp al niet scherp meer. Duidelijk is dus, dat diafragma en belichtingstijd exact met elkaar samenhangen. Groter diafragma (dus kleiner getal) moet dus samengaan met snellere sluitertijd. En kleiner diafragma gaat samen met langzamere sluitertijd. Het diafragma wordt weergegeven in diafragmawaarde f , bijvoorbeeld 1, en dat staat voor een zeer grote opening. Oplopend via 1,4 - 2 - 2,8 - 4 - 5,6 - 8 - 11 - 16 - 22 - 32 - 45 - 64. Daarbij staat f 64 voor een superkleine opening, waar nog nauwelijks licht door valt. Komt nauwelijks voor. Dit kan je weergeven in een tabel: (als voorbeeld bij een bepaalde hoeveelheid licht). Tussenstapjes komen ook voor, b.v. 1.7 en 3.5 enz. Zie 2e foto links - grote scherptediepte bij F22 en 1\60 seconde. Zie 3e foto rechts voor groot diafragma F2.8 en langzame tijd van 1\6 seconde. Dankzij stabilisatie toch noch scherp! 
Sluitertijd\belichtingstijd (in seconden) 1/500 seconde 1/250 1/125 1/60 1/30 1/15 1/8 1/4 1/2
diafragma (in f/stops) f 2,8 f 4 f 5,6 f 8 11 16 22 32 45

(Voor de rekenaars onder ons: als de doorsnede wordt gehalveerd, wordt het oppervlak 4x zo klein, vandaar f 4 1/250 sec. en f 8 dus 1/60 sec. Het f-getal slaat dus op de doorsnede).
Wat je hierboven in het schema ziet geldt bij een bepaalde lichthoeveelheid. Het is dus maar een voorbeeld. Bij zeer lichte omstandigheden zijn de sluitertijden dus nog veel korter. Bijvoorbeeld: veel licht en F2.8 1\2000 seconde. Grotere openingen (kleiner diafragmagetal) leveren dus snelle sluitertijden, dus goed bij sportopnamen! Bij sportopnamen hoeft de achtergrond niet scherp te zien - bij voorkeur zelfs niet.

f 1,8 f 2,8 f 4 f 5,6 f 8 f 11 f 16 f 22

Zoals je ziet, is een laag getal een grote opening - en een hoog getal een kleine opening. Dit is - als voorbeeld - een 50 mm Nikon objectief met een hoge lichtsterkte van 1.8, de grootste opening. Goed voor foto's waar weinig licht is, zoals in een oude kerk. Let wel op, dat bij een grote opening afwijkingen voor randscherpte, vignettering (=donkere uiterste hoeken) en chromatische aberratie ( = kleurafwijkingen, vooral bij randen van objecten) kunnen ontstaan. Alleen dure lenzen weten dat goed te corrigeren.
Opvallend hier bij deze afbeeldingen is, dat je ziet dat het onderwerp op zijn kop staat, en - dat moet je maar van mij aannemen - ook links-rechts omgekeerd.

Ideale diafragma's (bij voldoende licht) zijn de volgende:

Landschap diafragma F8 tot F16; sluitertijd indien mogelijk: 1\50 seconde - op statief langer, b.v. 1\8 seconde. Bij veel licht wordt de sluitertijd vanzelf korter.
Portret: diafragma F4 tot 6.3; sluitertijd wordt vanzelf kort, bij voldoende licht wel 1\800 seconde of nog korter.
Sport: snelle sluitertijd tot wel 1\1000 seconde of nog korter. Diafragma 2.8 tot 5.6. Met het bewegende onderwerp of sporter 'pannen 'd.w.z. de camera meebewegen. 
In gebouwen, zoals kerken: Op statief vanwege weinig licht. Diafragma 4.0 tot 8.0 - hangt af van scherptediepte, die je bereiken wilt. ISO licht verhogen tot ISO 800 of 1600 als je een goede spiegelreflex hebt. Met een klein cameraatje flitsen heeft geen enkele zin. Het bereik is veel te klein. Flitsen uitzetten! Doorgaans is dit sowieso niet toegestaan!!
In donkere omstandigheden: diafragma 2.8 tot 5.6 en\of flitsen! Flitsen (automatisch) bij 1\60 of 1\125 seconde. Hangt ervan af, of er bewegende personen zijn.

copyright © 2007-2017 Tijs Huisman | alle rechten voorbehouden, inclusief  foto's!!